INTEGRAL WORLD: EXPLORING THEORIES OF EVERYTHING
Een onafhankelijk forum voor een critische discussie van de integrale filosofie van Ken Wilber



powered by TinyLetter
Today is:
Publicatie data van essays (maand / jaar) zijn te vinden onder "Essays".

"Kritiek heeft spirituele waarde"

De passie van Ken Wilber

Eerste bezoek aan Ken Wilber, januari 1997

Frank Visser

Ken Wilber (geb. 31/1/1949) geldt al jaren als een van de belangrijkste theoretici van de transpersoonlijke psychologie, een van de weinige psychologische scholen die spirituele ervaring serieus nemen. Binnen de alternatieve wereld is hij altijd een buitenbeentje, om niet te zeggen een dwarsligger geweest. Velen lopen weg met Jung Wilber niet. Velen geven af op Freud Wilber niet. Velen stellen hun hoop op het holisme Wilber niet. Velen zien het verstand als de boosdoener Wilber niet. Wat bezielt deze man, die al twintig jaar stug doorgaat met het schrijven van moeilijke, soms wat minder moeilijke, maar altijd eigenzinnige boeken over spirituele psychologie? Frank Visser zocht hem op.

Als `Wilber-watcher' van het eerste uur volg ik vanaf het begin van de jaren tachtig zijn publikaties. Vele jaren lang heb ik tevergeefs geprobeerd contact met hem te leggen. Toen ik tijdens mijn studie zijn boek The Atman Project (1980) las, wist ik meteen dat Wilber in staat was te doen waar ik zelf in die tijd ook naar op zoek was: een wetenschappelijke onderbouwing van het menselijke streven naar spiritualiteit. Ik probeerde Wilber op de universiteit te promoten, maar stuitte op beleefde interesse of onbegrip. Ik vertaalde het boek, wist het ook nog uitgegeven te krijgen hoewel dit commercieel gezien eigenlijk niet verantwoord was en bleef Wilber bestoken met brieven vol op- en aanmerkingen zonder resultaat. Ik wist inmiddels dat hij als kluizenaar leefde en werkte, vrijwel geen post beantwoordde, en met zijn vakgenoten communiceerde door middel van zijn gepubliceerde werk.

Toen hij midden jaren tachtig, inmiddels tien boeken verder, niet meer van zich liet horen doordat zijn vrouw ernstig ziek werd en hij het schrijven er helemaal aan gaf over deze periode schreef hij later het boek Overgave en strijd leek de kans verkeken om hem nog eens in levende lijve te ontmoeten. Tot in 1995 een verschrikkelijk dik boek van hem verscheen, met de raadselachtige titel Sex, Ecology, Spirituality, en ik dat jaar in de Verenigde Staten was om het jaarlijkse congres van de Internationale Transpersoonlijke Associatie bij te wonen. Daar hoorde ik van alweer een nieuw boek: A Brief History of Everything. Mijn handen jeukten al om ook dat boek te gaan vertalen. Op de terugweg naar huis deed ik de theosofische uitgeverij in Wheaton aan, uitgever van The Atman Project, en raakte daar met de hoofdredactrice in zo'n geanimeerd gesprek over Wilber, dat zij me bij mijn vertrek zijn geheime faxnummer toeschoof...

Fax-relatie

Thuisgekomen nam ik meteen de proef op de som, en faxte naar Wilber mijn impressies van het transpersoonlijke congres en mijn al die jaren opgespaarde vragen. Ik hoefde niet lang op antwoord te wachten, nog de volgende dag lag er een fax van Wilber, met een uitvoerig antwoord. Dit zou het begin zijn van een intensieve gedachtenwisseling, alles via de fax je zou haast kunnen spreken van een vriendschappelijke fax-relatie.

Toen ik eind vorig jaar op het Internet kennisnam van een geplande Wilber-conferentie te San Francisco in januari begon het weer te kriebelen. Zou een ontmoeting met Wilber dan toch dichterbij komen? Deze conferentie vormde een vervolg op een discussie die zich in drie achtereenvolgende nummers van het tijdschrift ReVision in 1996 had afgespeeld. Daarin kwamen zijn belangrijkste tegenspelers in de transpersoonlijke wereld zoals Stanislav Grof, Michael Washburn en enkele anderen uitvoerig aan het woord en gaf Wilber antwoord op de diverse punten van kritiek, zodat voor het eerst een echte discussie over transpersoonlijke kwesties gestalte kreeg. Dat Wilber niet op de conferentie aanwezig zou zijn, wist ik van tevoren. Dat was de afgelopen twintig jaar namelijk steeds zijn gewoonte geweest. Maar zou hij niet benieuwd zijn naar wat er over hem en zijn werk ter sprake werd gebracht? Ik gokte het erop, en stelde voor na afloop van de conferentie bij hem thuis in Boulder verslag uit te brengen.

Gewoon thuis

Helaas, hij was rond die tijd net op een meditatie-retraite, zou daarna lezingen geven aan het Naropa Institue, en zou dan weer hard aan het werk gaan aan het vervolg op Sex, Ecology, Spirituality. Maar de volgende dag al lag er een nieuwe fax: in verband met de Wilber-conferentie had zijn uitgever Shambhala besloten zijn nieuwste boek, The Eye of Spirit waarin zijn uitvoerige weerwoord op de conferentie te vinden is enkele maanden eerder uit te brengen. Hij zou daarvoor in San Francisco moeten zijn, waar de conferentie gehouden werd, en na afloop daarvan in besloten kring doorbrengen met enkele goede vrienden waarbij ik van harte welkom was. Maar misschien was hij ook wel gewoon thuis, in Boulder. Omdat het kort dag was en ik mijn vlucht moest boeken, drong ik aan op een antwoord. Dat kwam in de vorm van een handgeschreven fax-krabbeltje: "Ik ben in Boulder. Je kunt langskomen en bij mij thuis overnachten als je dat wilt. Ik heb een logeerkamer voor bezoekers." Vijftien jaar geduld opbrengen was toch lonend geweest.

Met enig geluk kon ik in San Francisco nog een ticket naar Denver bemachtigen al had United Airlines op het laatste moment nog roet in het eten kunnen gooien door 1250 dollar te vragen voor een retourvluchtje. Gelukkig kon ik via een obscuur Chinees reisbureautje een ticket kopen van een in Denver gestationeerde luchtvaartmaatschappij. Vol vragen en verwachtigen vloog ik richting Denver, alwaar een bus me naar Boulder zou voeren.

Aangekomen in Boulder ontmoet ik hem volgens afspraak in de lounge van Hotel Boulderado. Ken Wilber herkennen in een volle hotellounge is niet moeilijk, door zijn kale hoofd en zijn forse en gespierde postuur steekt hij overal bovenuit. Joviaal komt hij op me af en voert me naar zijn terreinwagen, die buiten staat te wachten. Vanaf het moment dat we de auto instappen ontspint zich een gemoedelijk gesprek, dat heen en weer springt van het congres van het afgelopen weekend naar de overweldigende natuur van Colorado, de schandalige prijzen van luchtvaartmaatschappijen en alles wat hem momenteel bezighoudt.

Na een rit door de bergen bereiken we uiteindelijk zijn huis hij woont op grote hoogte in een soort chalet, tegen de Rocky Mountains aangeplakt, die hier uit de vlakte oprijzen, en dat een panoramisch uitzicht biedt. We installeren ons in de ruime keuken van zijn woonkamer ik op een barkruk, hij op het aanrecht gezeten, geleund tegen een keukenkastje en raken in een gesprek gewikkeld, dat negeneneenhalf uur zal duren. Het is dan vier uur in de middag, en tot half twee in de nacht praten we vrijwel onafgebroken over de meest diepzinnige (en de meest platvloerse) onderwerpen. Hij is intens, beurtelings gepassioneerd aan het vertellen, dan weer rustig luisterend. Kan zich zowel subtiel uiten als zeer krachtig. Heeft daarbij een groot gevoel voor humor.

Wilbers verschijning is opmerkelijk. Zijn kale hoofd is iets waar je even aan moet wennen. Zijn grote beweeglijkheid is een tweede opvallende eigenschap. Hij onderstreept zijn betogen vaak met wijde armgebaren. Het leven op grote hoogte in de winterse zon dit deel van Colorado is een bekend wintersportoord heeft hem gebruind, en geeft hem voor de kluizenaar die hij is een gezonde teint. Gestoken in een gebleekte spijkerbroek en een veel te wijd onderhemd beantwoordt hij precies aan het imago dat de afgelopen twintig jaar rondom hem is ontstaan: hij leeft voor zijn werk, in afzondering, en bekommert zich verder weinig om hoe hij op de buitenwereld overkomt.

Waarom hij niet naar het congres dat aan zijn werk gewijd was gekomen is, was een van de eerste vragen die ik hem stelde. De artikelen in ReVision hadden hem niet overtuigd van het nut van zijn aanwezigheid, zo licht hij toe. Hij was teleurgesteld over de matige kwaliteit van deze bijdragen. Ook al kon hij de kritiek uit feministische, ecologische of dieptepsychologische hoek volkomen volgen, hij vond dat dit alles in grote lijnen toch teveel binnen een regressief kader werd geplaatst, waardoor de kwaliteiten van de moderne tijd, die Wilber hoog aanslaat, in een kwaad daglicht worden gesteld.

Naarmate de uren verstrijken wordt me glashelder waarom hij zich in al zijn boeken toch zo kritisch afzet tegen het merendeel van de transpersoonlijke en alternatieve wereld. Wie het werk van Wilber enigszins kent, weet dat hij van mening is dat veel, zo niet alle, zogenaamde New Age of New Science modellen van menselijke ontwikkeling regressief (`spirituele ontwikkeling is het terugkeren naar het geluk van onze kindertijd') of reductionistisch (`de moderne fysica raakt aan de oosterse mystiek') zijn, ook al doen ze zich voor als een veelbelovende synthese tussen wetenschap en spiritualiteit. In zijn grote werk Sex, Ecology, Spirituality heeft hij (voor het eerst openlijk) vlijmscherpe kritiek geleverd op deze zijns inziens bedenkelijke trends in het hedendaagse `spirituele circuit' wat hem natuurlijk niet in dank wordt afgenomen. Ook op het aan hem gewijde congres was de teneur van veel beschouwingen dat hij als `spirituele autoriteit' zich niet zo scherp en kritisch mag opstellen. Hij zou meer mededogen moeten tonen, en respect voor andere visies. Dat zou niet `spiritueel' zijn...

Ineens fel

Als ik hem daarmee confronteer, wordt hij ineens fel. Hij ziet de diepgang die verborgen ligt in het wereldbeeld van de spirituele tradities waarvan hij in zijn boeken een hedendaagse en wetenschappelijk verantwoorde versie van probeert te geven vrijwel geheel verloren gaan in de tegenwoordig populaire visies op spiritualiteit, van de Aquarius Samenzwering tot de Celestijnse Belofte. Om aan te duiden in welk opzicht hij zich van deze literatuur onderscheidt, legt hij uit dat daarin vaak wordt uitgegaan van een zeer dualistisch wereldbeeld (niettegenstaande de vaak `holistische' pretenties). In deze visies wordt steeds over slechts twee polen gesproken: ego en Zelf (Jung), ego en Grond (Washburn), ego en essentie (Almaas), ego en lichaam (Lowen), enzovoort. (Pikant detail: in zijn vroegste werken, The Spectrum of Consciousness en No Boundary, doet Wilber dat ook: hij schrijft dan voornamelijk over ego en Mind, FV).

De algemene gedachtengang bij deze auteurs is dan: in de loop van zijn/haar ontwikkeling begint de mens in een toestand van eenheid met het Zelf, al is hij/zij zich daarvan niet bewust. Tijdens het proces van volwassenwording wordt deze transcendente werkelijkheid echter geleidelijk verdrongen, en kan het ego zich ontwikkelen. Daarmee verliest het ego vaak niet alleen het contact met het lichaam, maar ook met de spirituele dimensie. Om als volwassene weer `spiritueel' te kunnen worden is het daarom nodig dat deze verdringing weer wordt opgeheven, het ego terugkeert naar het Zelf, `maar dan nu bewust'.

De middelste fase, van het ego en het verstand, krijgt daardoor een negatieve bijklank, en de visie op spirituele ontwikkeling draagt een regressief karakter. We moeten `terugkeren' tot iets wat we `kwijt' zijn geraakt. Vaak wordt alles in twee groepen verdeeld, een `goede' en een `slechte'. Goed is dan: de natuur, het lichaam, holisme, verbinden, primitieve culturen, het vrouwelijke, de quantumfysica, enzovoort. Slecht, dat is: de cultuur, het denken, atomisme, scheiden, de westerse wetenschap, het mannelijke, de klassieke natuurkunde, enzovoort.

Diepte-dimensie

Wilber bestrijdt deze tweedeling met een ongekende heftigheid. De zogenaamde Nieuwe Wetenschap een mengelmoes van systeemtheorie, holografie, quantumfysica, chaostheorie, en welke andere nieuwe natuurwetenschappelijke trend zich ook maar aandient is wat hem betreft even materialistisch als de zo vaak verguisde natuurkunde van Descartes en Newton (die goed beschouwd een zeer holistische en systeemtheoretische visie op de werkelijkheid leerden!). Zowel atomisme als holisme bewegen zich in zijn ogen in het platte vlak, terwijl we juist de diepte-dimensie van het menselijk innerlijk moeten verkennen. Verbinden is niet spiritueler dan scheiden, zo vervolgt hij in een rap tempo. Er zijn onrijpe vormen van verbinden, en heel spirituele vormen van (onder)scheiden. Beide zijn nodig voor een gezonde ontwikkeling.

De natuur is bij velen tegenwoordig spiritueler (want `kosmisch') dan de cultuur (want die is tenslotte maar `bedacht' door mensen). Bij Wilber is het precies andersom. De natuur is weliswaar ook goddelijk, maar in de menselijke cultuur komt het denkvermogen tot uitdrukking, een vermogen dat hij hoger aanslaat dan de onbewuste natuur. Ook ziet hij pre-moderne culturen niet als spiritueler dan de zogenaamde geseculariseerde westerse cultuur. Primitieve culturen zijn vaak dogmatisch, cultiveren een groepsmentaliteit en werken ieder individualisme tegen.

Het lichaam wordt in sommige therapeutische kringen als de drager van spiritualiteit gezien (het is immers `echter' en `energetischer' dan het schimmige ego, we moeten niet zo `in ons hoofd' zitten, maar `thuiskomen in ons lichaam', iets is pas echt als je het lichamelijk beleeft, enzovoort). Wilber ziet het menselijk vermogen om het lichaam te overstijgen als een teken van ontwikkeling en daardoor ook van spiritualiteit.

En tenslotte, het vrouwelijke is voor hem niet automatisch `spiritueler' dan het mannelijke, al zou je die indruk krijgen uit veel ecologische en feministische literatuur. Mannen worden daarin steeds vaker afgeschilderd als domme wezens, die oorlog voeren en vrouwen onderdrukken, terwijl vrouwen spiritueler zouden zijn omdat ze beter zijn in relaties en verbinden, zo luidt dan de redenering. Voor Wilber zijn mannen en vrouwen even veel of even weinig spiritueel, omdat beiden een ontwikkelingsproces moeten doormaken van het persoonlijke naar het transpersoonlijke. Mannen zullen dat op hun manier doen, door het accent te leggen op daadkracht, vrouwen op een andere manier, door het accent te leggen op gemeenschapswaarden, maar geen van beide is van nature spiritueler dan de ander.

Wilber propageert in zijn boeken daarom een drievoudig ontwikkelingsmodel: prepersoonlijk, persoonlijk en transpersoonlijk. Daarbij moet je denken aan driedelingen als: lichaam, ziel, geest; instinct, intellect, intuïtie; mythisch, mentaal, mystiek; dierlijk, menselijk, goddelijk, enzovoort. En hier komt de clou: de eerste fase, die in het tweevoudige model vaak voor `goed' werd aangezien, is nu de meest primitieve fase. En de tweede fase, die in het tweevoudige model vaak als `slecht' werd aangemerkt het ego, het denken, de westerse cultuur is nu een stap vooruit, in de richting van het spirituele. Kort gezegd: we gaan niet van goed naar slecht, maar van goed naar beter naar best.

Het ego is nu niet meer de vijand van het spirituele, maar zijn beste vriend, omdat het ons uit de onbewuste natuur haalt. De waardering voor de typisch moderne waarden als rationaliteit en individualiteitsbesef valt dus volledig anders uit bij deze twee modellen. Je kunt deze twee visies gemakkelijk herkennen aan de waarde die wordt gehecht aan het ego en het denken. In welke hedendaagse spirituele scholingsweg wordt bijvoorbeeld nog intellectuele studie aanbevolen? Het werken met lichaam en emoties wordt door velen zonder meer als spiritueler gezien dan het gebruiken van je verstand en dit is het wat Wilber de regressieve tendens noemt. Als je dit begrijpt heb je Wilber begrepen, en hoef je al zijn vijftien boeken niet eens meer te lezen, gaat er door me heen.

Romantiek vs. idealisme

We beginnen aan een opgewarmde sandwich, maar laten hem weer koud worden. Wilber licht toe dat zijn standpunt zich ook laat terugvinden in de geschiedenis van de westerse filosofie. In de achttiende en negentiende eeuw keerden zich twee stromingen tegen de dominante rationele cultuur van de Verlichting. De Romantiek keerde zich af van het denken, verklaarde de natuur, het lichaam en de emoties voor goddelijk, en bepleitte een terugkeer naar deze goddelijke natuur. De Idealisten antwoordden daarop, dat de natuur weliswaar ook goddelijk was, maar dat God in de natuur sluimert, terwijl Hij in de mens wakker begint te worden.

Wij zien tegenwoordig God gemakkelijk in de natuur, maar zien we Hem ook aan het werk in de cultuur in de moderne verworvenheden als democratie, afschaffing van slavernij, mensenrechten, emancipatiebewegingen, rationaliteit, tolerantie, enzovoort? Voor de Idealisten volgde daarop een derde fase, waarin de Geest zich als het ware volledig bewust wordt van Zichzelf.

Spiritualiteit heeft voor Wilber uitsluitend met deze derde, transpersoonlijke fase te maken, en niet met een anti-rationele romantisering van de natuur. Die houdt ons volgens hem juist af van spirituele groei, en deze romantiek als spiritualiteit verkondigen, dat is `wreed' zegt Wilber geëmotioneerd omdat het het lijden van de mens instandhoudt. Omdat hij op tal van manieren in hedendaagse visies de spirituele diepgang verloren ziet gaan, heeft hij besloten deze visies openlijk te bekritiseren. Kritiek heeft spirituele waarde, zo besluit hij zijn betoog.

Op een gegeven moment kondigt Wilber aan te willen gaan slapen, en hij laat me met een biertje (Heineken!) achter in de serre, die uitkijkt op het nachtelijke Denver. Het duizelt me, en ik probeer de afgelopen uren tot me door te laten dringen. De New Age op zoek naar een sluimerende God? Rationaliteit als opstap naar spiritualiteit? Secularisatie als daad van God? Op zijn minst een hoogst originele visie...

Omdat de slaap die nacht op zich laat wachten wie doet er een oog dicht als hij zich onder één dak met zijn idool bevindt? dwaal ik door de benedenverdieping van zijn drie woonlagen tellende huis. De duizenden boeken die hij zegt te lezen staan er inderdaad ook, overzichtelijk gerubriceerd naar onderwerp. Ook de vele vertalingen van zijn werk hij heeft nu 15 boeken geschreven, die in 16 talen over de hele wereld zijn vertaald staan op planken uitgestald. Er liggen veel Duitse, Spaanse en Portugese vertalingen, maar ook Chinese en Japanse. Een Chinese vertaling van No Boundary in je hand houden is toch een merkwaardige belevenis!

Op de middelste woonlaag bevindt zich de keuken en de zitkamer, waar een grote kleuren-t.v. permanent aanstaat op zijn favoriete kanaal, Travel Channel, dat allerlei reizen door Europa aanprijst. Op de bovenste woonlaag is zijn eigen werk- en slaapvertrek, met weer een vracht aan boeken.

Hersengolven

De volgende ochtend laat hij me met enige trots een video zien die van hem is gemaakt terwijl hij mediteert en een EEG van hem wordt gemaakt. Dit apparaat meet de beta-golven (gewone waaktoestand), de alpha-golven (ontspannen waaktoestand), de theta-golven (droom) en de delta-golven (droomloze slaap). Hij blijkt in 4 seconden in een toestand te kunnen komen, waarbij alle golfpatronen stilvallen, afgezien van een lichte delta-activiteit. De psychiater die bij dit experiment aanwezig was geloofde zijn ogen niet, en dacht dat er iets met het apparaat mis zou zijn.

"Dat is nou het nirvana", zegt Wilber achteloos, "nirvikalpa samadhi". Dat is toch wel even slikken. Is het zo makkelijk? Toch niet, want Wilber is al twintig jaar fervent beoefenaar van zen-meditatie. Het brengt hem op een geliefd stokpaardje: tot aan de hoogste toestand van bewustzijn is het mogelijk een fysiologische meting te doen in de hersenen, ook al zegt deze meting niets over de subjectieve belevingskant van deze ervaring. Exact wetenschappelijk onderzoek vormt een vast onderdeel van zijn integrale benaderingswijze.

Dan rijden we in de jeep nog verder de bergen in, om wat van het grandioze uitzicht over de vlakte van Denver te kunnen genieten. Een hert schiet voor de auto over de weg. Ook al zou hij liever in San Francisco wonen hij is een stadsmens, bekent hij toch is de rustige atmosfeer in Boulder ideaal voor hem om in alle rust te kunnen schrijven.

We rijden naar beneden naar het plaatsje Boulder, een universiteitsstadje waar niet alleen de University of Colorado is gevestigd, maar ook het bekende Naropa Institute, dat door Chögyam Trungpa is opgericht. Hier geeft Wilber wel eens enkele van zijn schaarse lezingen of seminars, om uit te testen welke reacties zijn werk ontlokt aan studenten. Veel gebouwen zijn gebouwd in de rode baksteen die voor deze streek zo kenmerkend is (Colorado is Spaans voor "gekleurd").

Als we uiteindelijk neerstrijken in een koffieshop er is nog een half uur voordat de bus me weer naar het vliegveld van Denver zal brengen is de koek een beetje op en laat ik door een Bouldenaar een foto van ons beiden maken. Die trofee wil ik toch wel naar huis meenemen. Er ontspint zich een aardige dialoog met de koffieshop-houder, die ons beiden blijkbaar niet goed kan plaatsen:

"Hoe kennen jullie elkaar?"

"Hij is de vertaler van mijn werk in Holland."

"O ja, waar schrijf jij dan over?"

"Over Oost/West-dingen enzo. Psychologie, filosofie, dat soort dingen."

"O, great."

"Een van mijn laatste boeken heet A Brief History of Everything. Dat ligt in de boekhandel. Je herkent het meteen, want mijn lelijke kop staat op het omslag."

"Nou dat moet ik dan maar eens lezen, want ik moet toch weten wat mijn klanten bezighoudt..."

Zelfs in zijn eigen woonplaats kan een wereldberoemd auteur nog onbekend zijn! Voor de huidige generatie studenten is hij lang niet zo'n tot de verbeelding sprekende figuur als voor de oudere studenten, zo legt hij uit. Hij kan dus ongestoord op een terrasje zitten, of naar de bioscoop gaan. Ook in Boulder veranderen de tijden blijkbaar.

Als het moment om afscheid te nemen daar is zegt Wilber half schertsend: "Nou, ik ben een Amerikaan, dus nou moeten we huggen." Nu ben ik maar gewoon een Hollander, maar hier zijn we even geestverwanten: twee mannen, allebei bezeten van het project het spirituele wetenschappelijk te onderbouwen, ongemakkelijk in fysiek contact, maar met grote sympathie voor elkaar. Met een groot gebaar omvat hij me en drukt me tegen zich aan. En dan is hij weg, met de jeep weer de bergen in.

Dikke mist

Als ik in Denver aankom blijkt de hele stad omgeven te zijn door een dikke laag mist. De komende vier uur blijft het vliegveld gesloten voor al het vliegverkeer. Wilber had in een van de ReVisions die aan hem waren gewijd geschreven: "Velen zien maar al te goed in wat voor zorgelijke staat ons vakgebied zich bevindt. Ze maken zich zorgen over de reactionaire, anti-progressieve en regressieve dikke mist die over het gehele veld aan het kruipen is."

Het is alsof de natuur dat nog eens wil onderstrepen.

Frank Visser is auteur van Zeven sferen (Theosofische Vereniging, 1995), waarin een esoterische kritiek op Wilber is te vinden.

Verschenen in de Koörddanser, april 1997.