INTEGRAL WORLD: EXPLORING THEORIES OF EVERYTHING
Een onafhankelijk forum voor een critische discussie van de integrale filosofie van Ken Wilber



powered by TinyLetter
Today is:
Publicatie data van essays (maand / jaar) zijn te vinden onder "Essays".

Voorwoord

Ken Wilber: Thought as Passion
Frank Visser, SUNY Press, 2003

Ken Wilber

Met veel plezier voorzie ik het boek KEN WILBER: THOUGHT AS PASSION van mijn vriend Frank Visser van een introductie. Veroorloof mij, omdat ik te maken schijn te hebben met de inhoud van het boek, soms zelfs op intieme wijze, te beginnen met een opmerking die misschien wat zelfingenomen overkomt. Ik vind de ondertitel THOUGHT AS PASSION erg goed. Toen ik voor het eerst naar California verhuisde en introk bij Roger Walsh en Frances Vaughan in hun huisje in Tiburon, raakte ik bevriend met Rollo May, die toentertijd vijfenzeventig jaar oud was, maar nog steeds levendig, scherp en helder. Rollo was echt een van mijn helden, en wel om verschillende redenen. Ten eerste was een vriend en een student van Paul Tillich, en Tillich was niet alleen een van de echt grote existentialisten, maar ook een van de twee of drie grootste theologen van de twintigste eeuw. Ten tweede was Rollo May de belangrijkste woordvoerder van het existentialisme in Amerika, en vooral van de exitentiële psychologie. Rollo vormde een levende schakel met de grote Europese filosofen door wie ik ben gevormd. (Ik heb mezelf vaak omschreven als een Noordeuropese denker met een Zuideuropese levensstijl die Oosterse religie beoefent – of iets van dien aard. Ik zie mezelf niet in de eerste plaats als een "Amerikaan", al doen Europeanen dat helaas wel, wat laat zien hoe moeilijk het is je te ontdoen van je culturele bagage. Maar wie zit er te wachten op angelsaksisch empirisme en cowboy pragmatisme?) En ten derde was Rollo een prachtig mens: warm, humoristisch en wijs.

Hier is de zelfingenomen opmerking: op het omslag van een van mijn boeken, Up from Eden, droeg stond een citaat van Rollo: "Ken Wilber is de meest gepassioneerde filosoof die ik ken." Af en toe heeft iemand wel eens iets aardigs over mijn werk gezegd, maar dat is nog steeds mijn favoriet, vooral omdat hij van Rollo afkomstig is, die als rechtgeaard existentialist ervan overtuigd was dat passie en waarheid vrijwel identiek zijn aan elkaar. Ik vermeld dit alles hier omdat de ondertitel van Franks boek me daaraan deed denken, en me deed beseffen hoe belangrijk dit alles voor me is geweest.

Wil filosofie enige betekenis hebben, dan moet zij koken van passie, je hersenen tot het kookpunt brengen, en je oogbollen laten branden – of je doet ergens iets fout. En dat geldt ook voor het andere uiteinde van het spectrum van gevoelens. Echte filosofie is zo zacht als de mist, en zo stil als tranen; zij houdt de wereld vast als was het ene teer kind, ongepolijst, open en kwetsbaar. Ik hoop oprecht dat als ik iets bijgedragen heb aan dit terrein, het een beetje passie is.

Het nu volgende boek beoogt misschien over mij en mijn werk te gaan, maar is in werkelijkheid een bijdrage aan een integrale benadering van filosofie, psychologie en spiritualiteit – tot de menselijke situatie als zodanig. Weliswaar is dit boek een verslaglegging van eigen weg naar hopelijk steeds integralere standpunten, maar dat wat werkelijk blijvende waarde heeft zijn de denkbeelden zelf, en niet degene die ze verkondigt.

In dit boek presenteert Frank een weergave van sommige fasen uit mijn werk, en zijn commentaar daarop. Laat me beginnen met mijn gebruikelijke disclaimer dat ik, om fair te zijn ten aanzien van andere publikaties over mijn werk, geen enkele daarvan kan aanbevelen, ook deze niet. Ik heb dit boek niet nagelezen op nauwkeurigheid (behalve wat betreft enkele biografische passages), en kan derhalve niet instaan voor de kwaliteit ervan, noch ingaan op critici die zich op beweringen uit dit boek baseren. Dat gezegd hebbende, Frank Visser heeft dit materiaal even nauwgezet bestudeerd als wie dan ook, en ik ben zeer erkentelijk voor zijn pogingen een integrale benadering toegankelijk te maken voor het grotere publiek. Of die boek mijn denkbeelden nu accuraat weergeeft of niet, het bevat zeer zeker ideeën die onderdeel moeten vormen van een integrale conversatie, en alleen al om die reden is het een bijdrage van onschatbare waarde aan de integrale dialoog. Ik heb zelf met Frank enkele vriendschappelijke meningsverschillen over veel van deze onderwerpen, maar ik leer altijd iets belangrijks van hem in deze contacten, en ik ben er zeker van dat u dat ook zult doen.

Het woord "integraal" betekent alomvattend, niet uitsluitend, niet marginaliserend, omarmend. Integrale benadering van welk terrein dan ook beogen dan ook precies dat: zoveel mogelijk perspectieven, stijlen en methodologieën in beschouwing te nemen als maar mogelijk is binnen de grenzen van een samenhangende visie op het onderwerp in kwestie. Integrale benaderingen zijn in zekere zin "meta-paradigma's", of pogingen een aantal reeds bestaande paradigma's op te nemen in een netwerk van benaderingen die elkaar wederzijds verrijken. Op het gebied van de bewustzijnswetenschappen bestaan er bijvoorbeeld minstens een dozijn scholen, maar de integrale benadering stelt dat ze alle twaalf belangrijke, zij het partijdige, waarheden bevatten die meegenomen moeten worden in een omvattende benadering. Het zelfde geldt voor de talloze scholen op het gebied van psychologie, sociologie, antropologie, filosofie en spiritualiteit: ze bezitten allemaal belangrijke stukjes van de integrale puzzel, die allemaal moeten worden meegenomen binnen een meer omvattende of integrale aanpak.

Men heeft mij vaak gevraagd welk van mijn eigen boeken ik zou aanbevelen als beste introductie; ik geloof nog steeds dat A Brief History of Everything de beste is (al is A Theory of Everything waarschijnlijk korter en eenvoudiger). Brief History was geschreven als een populaire of meer toegankelijke versie van Sex, Ecology, Spirituality (SES), dat de eerste belangrlijke uiteenzetting vormde van mijn integrale benadering. De boeken die aan SES voorafgingen zijn voorbereidende verkenningen geweest op het gebied van de integrale studies, en ook al hoop ik dat ze belangrijke onderdelen vormen van een integrale visie, ik zou als ik een samenvatting moest geven van mijn werk, nooit verder teruggaan dan Sex, Ecology, Spirituality. Zoals ik zei was SES het eerste boek dat een schets bevatte van mijn versie van integrale studies (die ik meestal kortweg AQAL noem, wat een afkorting is voor: alle kwadranten, alle niveaus, alle lijnen van ontwikkeling, alle stadia toestanden van bewustzijn, alle persoonlijkheidstypen). Nadat ik een weergave had gegeven van de inhoud van SES zou ik slechts naar oudere boeken verwijzen voor zover ze de onderdelen vormen van een meer integrale theorie. Het probleem met chronologisch opgebouwde beschouwingen over mijn werk is dat, door debatten en dialogen uit het verleden weer op te rakelen, vele van de termen zoals ik die nu gebruik onherstelbaar gekleurd zullen worden door misvattingen van critici die in die tijd niet begrepen wat er werd gezegd. Ik geloof persoonlijk niet dat deze debatten veel historische waarde hebben, omdat ze een geschiedschrijving zijn van misvattingen, niet van feiten. Tegelijkertijd is een chronologische aanpak als verhaal op zich intrigerend genoeg en waardevol als een studie van botsende paradigma's, waarbij alle partijen (inclusief mijzelf) die bij de discussies betrokken waren hun aandeel hadden in de misverstanden.

De gebeurtenissen die tot het ontstaan van SES, dat verscheen in 1995, hebben geleid zijn misschien interessant. Ik had bijna tien jaar niets geschreven, tien jaar die ik doorbracht met het verplegen van een vrouw bij wie kanker was vastgesteld kort nadat we waren getrouwd; we waren nog niet eens op huwelijksreis geweest toen we het schokkende nieuws vernamen. Treya en ik trouwden in 1983, zij overleed in 1989. Op haar verzoek schreef ik over onze beproevingen het boek Grace and Grit. Afgezien daarvan had ik in de afgelopen tien jaar weinig geschreven. De tijd met Treya heeft me diepgaand veranderd, onherroepelijk. Ik geloof dat SES voor een deel de neerslag vormde van de groei die Treya en ik voor elkaar doormaakten. We groeiden samen, werden samen verlicht, en stierven samen. Tot aan SES hadden al mijn boeken altijd een opdracht aan iemand, te beginnen met SES heeft geen van mijn boeken meer een opdracht, omdat ze allemaal aan haar zijn opgedragen.

Wat het ook precies was dat er gebeurde, het was alsof alle boeken die ik tot op dat moment had geschreven – tien of elf – slechts vingeroefeningen waren, voorbereidingen op een integrale visie die zich probeerde te manifesteren. Het was alsof de gebeurtenissen met Treya een spirituele groei mogelijk maakten, geschonken door genade, die zoveel ruimte in mij vrijmaakte dat ik de integrale contouren kon gaan zien van wat er aan de hand was. Hoe dit ook zei, ik weet dat alles wat ik daarna gedaan heb gekomen is uit een Hart dat ik in mijn eentje niet kon ontdekken.

Mijn werk wordt soms in vier fasen onderverdeeld, waarbij de laatse fase, fase 4, loopt van SES tot aan de zes of zeven boeken die daarop zijn gevolgd. Men vraagt mij vaak of er een fase 5 in aantocht is, en ik weet eigenlijk niet wat ik daarop moet zeggen. Zoals Frank laat zien heb ik het afgelopen jaar 2000 pagina's geschreven, en een deel daarvan, dat nogal nieuw lijkt, komt daar misschien wel voor in aanmerking. Omdat veel van dit materiaal zal verschijnen nadat Franks boek is verschenen, kan de geïnteresseerde lezer de websites wilber.shambhala.com of www.integralinstitute.org raadplegen, om zelf te kunnen vast stellen of dit de hoogdravende benaming fase-5 waarmaakt of slechts de herhalingen zijn van ouder materiaal. Een deel lijkt zeker nieuw te zijn – een integrale vorm van semiotiek, en ook een integrale wiskunde, die variabelen vervangt door perspectieven – maar wie zal het zeggen?

Wat ik wel weet, en dat wil ik benadrukken, is dat iedere integrale theorie niets meer is dan dat: slechts een theorie. Ik vind het altijd schokkend te moeten merken dat men denkt dat ik een intellectuele benadering van spiritualiteit aanbeveel, terwijl het tegenovergestelde het geval is. Alleen maar omdat iemand een geschiedenis van de dans schrijft, wil nog niet zeggen dat hij beweert dat mensen op moeten houden met dansen en alleen nog maar erover moeten lezen. Ik heb academische verhandelingen geschreven over spiritualiteit en relatie tot een ruimere kijk op de dingen, maar mijn aanbeveling is altijd geweest dat mensen een bepaalde spiriuele praktijk beoefenen, in plaats van er alleen maar over te lezen. Een integrale benadering van de dans zegt: ga dansen, maar lees er ook eens een boek over. Doe het allebei, maar ga niet alleen maar lezen. Dat is net zoiets als op vakantie gaan door thuis in een altlas te zitten bladeren. Mijn boeken zijn landkaarten, maar ga alsjeblieft zelf op reis.

Ga kijken of je, in de diepten van je eigen bewustzijn, hier en nu, de gehele Kosmos kunt vinden, want dat is waar hij verblijft. De volgens zingen – in je bewustzijn. De golven van de oceaan breken – in je bewustzijn. Wolken trekken voorbij – in de hemel van je eigen bewustzijn. Wat is dit bewustzijn, dat de de gehele Kosmos omvatten kan, en de geheimen kent zelfs van God? In het stilstaande punt van de draaiende wereld, in het geheime centrum van het bekende universum, in de ogen van degene die nu aan het lezen is, aan de bron van het denken zelf, zie hoe de gehele Kosmos verschijnt, wild dansend met een passie die de filosofie probeert te vatten, gekroond met een glorie en verzegeld met een verwondering die geliefden met elkaar proberen te delen, zich voortspoedend door een wereld van tijd die slechts een verzoek van de Eeuwigheid is om gezien te worden – wat is dit Zelf van jou eigenlijk?

Een integrale benadering is niets meer dan een poging om iets van deze glorie in begrippen te vatten, zoals zij zich manifesteert. Maar meer ook niet. Al mijn boeken hebben tenminste één zin, meestal wat verborgen, die als volgt luidt (dit voorbeeld is ontleend aan The Atman Project): "Hier volgt dan, het verhaal van het Atman project. Het is een poging je deelgenoot te maken van wat ik heb gezien, je aan te bieden van wat ik me heb weten te herinneren; het is ook het zen-stof dat je van je sandalen af moet schudden, en uiteindelijk is het ook een leugen in het aangezicht van het Mysterie dat alleen is."

Met andere woorden: al mijn boeken zijn leugens. Het zijn gewoon kaarten van een gebied, schaduwen van een werkelijkheid, grauwe symbolen die zich voortslepen over de dode pagina, verstikte tekens, vol van vage geluiden en vergane glorie, die absoluut helemaal niets betekenen. En het is alleen het Niets, het Mysterie, de Leegte, die gerealiseerd moet worden: niet gekend maar gevoeld, niet gedacht maar geademd, niet een object maar een sfeer, niet een les maar een leven.

Hier volgt dan een boek met landkaarten; hopelijk completere kaarten, maar toch kaarten. Gebruik ze alsjeblieft alleen maar als een geheugensteun om te gaan dansen, dat Zelf van jou te gaan onderzoeken, dat Zelf dat deze pagina en de gehele Kosmos tegelijk in beschouwing neemt. En breng die glorie dan tot uitdrukking in integrale kaarten, en zing vol passie over de vergezichten die je hebt gezien, de geluiden die het tedere Hart je heeft toegefluisterd in de late uren van de stille nacht, en voeg je dan bij ons om te vertellen wat je hebt gezien, tijdens je eigen reis, in de levende Stilte die jij alleen toebehoort, en het stralende Hart dat wij alleen samen kunnen ontdekken.

K. W.

Denver, Colorado.

December 2002.